Biografieën onder de loep

Zondag 29 oktober 20.00 uur: Albert Helman en Albert Vigoleis Thelen

De eerste van vijf bijeenkomsten over het genre biografie.

Michiel van Kempen, auteur van Rusteloos en overal. Het leven van Albert Helman
Het fascinerende verhaal van het lange en drukke leven van de in Paramaribo geboren schrijver, musicus en politicus Helman (1903-1996). Helman was erelid van de Haagse Kunstkring.
De auteur is bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam

Wil Boesten, vertaler van Het eiland van het tweede gezicht. Uit de toegepaste herinnering van Vigoleis
Een autobiografische roman door Albert Vigoleis Thelen waarin hij zijn leven op Mallorca tussen 1931 en 1936 beschrijft en daarbij zijn fantasie en humor de vrije loop laat gaan. Thelen was een goede vriend van Albert Helman.
De vertaler is romanschrijver, vertaler en lid van de Haagse Kunstkring

Joke Linders leidt het gesprek

Helman  Thelen

Toegang leden Haagse Kunstkring, CJP en Ooievaarspas € 6,-; overigen € 12,-; Passe-partout vijf avonden € 24,- resp. € 48,-. Reserveren per Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of tel. 070-3647585. Zaal open om 19.30 uur.

BIOGRAFIEËN ONDER DE LOEP

VIJF AVONDEN IN DE HAAGSE KUNSTKRING van oktober 2017 tot maart 2018


Een goede biografie is meer dan een opsomming van feiten gelardeerd met wat anekdotes. De biograaf plaatst de feiten in hun tijd en gebruikt zijn verbeelding en schrijftalent om ze te arrangeren tot een boeiend levensverhaal. Daarmee betreedt hij het domein van de literatuur. Over het werk van biografen wordt in kranten en tijdschriften en in de wetenschap regelmatig gediscussieerd. Dit programma brengt die discussie nu eens naar een ander, levendig podium: de Albert Vogelzaal van de Haagse Kunstkring aan de Denneweg.

Het project is mede mogelijk gemaakt door subsidies van het Prins Bernhard Cultuurfonds Zuid-Holland en het Lira Fonds.

Voor het volledige programma en samenvattingen van de biografieën: zie hieronder.


HET PROGRAMMA

Op vijf avonden komen telkens twee auteurs vertellen over hun veelal recent verschenen biografie en over hoe die tot stand gekomen is. Na hun spreekbeurten gaan ze met elkaar en het publiek in discussie onder leiding van een deskundige gespreksleider.


Zondag 29 oktober 2017: Albert Helman
en Albert Vigoleis Thelen

Michiel van Kempen, auteur van Rusteloos en overal. Het leven van Albert Helman
Het fascinerende verhaal van het lange en drukke leven van de in Paramaribo geboren schrijver, musicus en politicus Helman (1903-1996). Helman was erelid van de Haagse Kunstkring.
De auteur is bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam

Wil Boesten, vertaler van Het eiland van het tweede gezicht. Uit de toegepaste herinnering van Vigoleis
Een autobiografische roman door Albert Vigoleis Thelen waarin hij zijn leven op Mallorca tussen 1931 en 1936 beschrijft en daarbij zijn fantasie en humor de vrije loop laat gaan. Thelen was een goede vriend van Albert Helman.
De vertaler is romanschrijver, vertaler en lid van de Haagse Kunstkring

Joke Linders leidt het gesprek


Vrijdag 17 november 2017: Piet Mondriaan en Louis Couperus

Hans Janssen, auteur van Piet Mondriaan. Een nieuwe kunst voor een ongekend leven
De eerste volledige biografie van een van Nederlands grootste schilders uit de 20e eeuw.
De auteur is kunsthistoricus en hoofdconservator moderne kunst van het Haags Gemeentemuseum.

Rémon van Gemeren, auteur van Louis Couperus, een leven
Een nieuwe, vuistdikke biografie over een Haagse schrijver voor wie schoonheid het belangrijkste elixer in zijn bestaan was.
De auteur is schrijver en docent Nederlands.

Arjen Fortuin leidt het gesprek
 

Vrijdag 12 januari 2018: Joodse bewoners van de Harstenhoekstraat en Sam van den Bergh

Wim Willems, auteur van Hier woonden wij. Hoe een stad zijn joodse verleden herontdekt
Speurtocht naar de 'vergeten' levens van Joodse gezinnen in Scheveningen tussen 1900 en 1943
De auteur is hoogleraar Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, en Hanneke Verbeek.

Pim Reinders, auteur van 'Steeds voor alle arbeiders aanspreekbaar'. Sam van den Bergh (1864-1941) grootindustrieel
Het veelzijdige leven van de Joodse margarinefabrikant en politicus Sam van den Bergh, wegbereider van Unilever en een van de aartsvaders van het Nederlandse bedrijfsleven.
De auteur is historicus, auteur en biograaf

Bas Kromhout leidt het gesprek

 

Vrijdag 9 februari 2018: Hugo de Groot en de gebroeders De Witt

Henk Nellen, auteur van Hugo de Groot. Een leven in strijd om de vrede, 1583-1645
Het levensverhaal van Nederlands bekendste rechtsgeleerde Hugo de Groot die zo heftig botste met stadhouder Maurits dat hij werd opgesloten in slot Loevestein waar hij per boekenkist uit ontsnapte.
De auteur was tot 2014 hoogleraar 'Ideeëngeschiedenis van de vroegmoderne tijd in haar sociale context' aan de Erasmus Universiteit.

Luc Panhuysen, auteur van De ware vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt
Een dubbelportret van de staatsgezinde politici en felle tegenstanders van stadhouder Willem III, de gebroeders de Witt, die in 1672 op gruwelijke wijze in Den Haag werden vermoord.
De auteur is historicus, auteur en biograaf.

Joke Linders leidt het gesprek

 

Vrijdag 16 maart 2018: het echtpaar Bordewijk en Alexander Ver Huell

Elly Kamp, auteur van Ferdinand en Johanna. Dubbelbiografie van schrijver F. Bordewijk en componiste J. Bordewijk-Roepman
Over de welhaast meest Haagse schrijver en zijn vrouw, de componiste. Tevens een portret van een geslaagd huwelijk van twee succesvolle kunstenaars met zeer uiteenlopende karakters.
De auteur is neerlandicus, auteur en biograaf

Jan Bervoets, auteur van Alexander Ver Huell 1822 - 1897. Een levensbeschrijving
Een geschiedenis van het leven van de 19e -eeuwse aristocraat, tekenaar en schrijver Alexander Ver Huell vooral bekend door zijn humoristische tekeningen van het Leidse studentenleven.
De auteur is neerlandicus en dichter. Hij was destijds archivaris bij het Nationaal Archief. Lid van de Haagse Kunstkring

Joke Linders leidt het gesprek

Toegang per avond: leden Haagse Kunstkring, CJP en Ooievaarspas € 6,-; niet-leden € 12,-
Passe-partout vijf avonden: € 24,- resp. € 48,-
Reserveren via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of tel. 070-3647585.
Zaal open om 19.30 uur. Aanvang: 20.00 uur Adres Denneweg 64, Den Haag

 

DE GESPREKSLEIDERS

Joke Linders is biograaf, recensent, vertaler en consulent kinder- en jeugdliteratuur. Ze schreef o.a. An Rutgers van der Loeff, een biografie (1990) en publiceerde in 2010 samen met Arjen Fortuin de bundel Bespottelijk maar aangenaam. De biografie in Nederland.

Arjen Fortuin is journalist, neerlandicus en biograaf. Tussen 1999 en 2017 was hij literatuurrecensent van het NRC/Handelsblad. Hij is de auteur van de biografie Geert van Oorschot, uitgever (2015).

Bas Kromhout is historicus, biograaf, docent en hoofdredacteur van het Haagse Historie Magazine. Hij publiceerde o.a. De voorman. Henk Feldmeijer bevlogen leider van de Nederlandse SS (2012).



DE TIEN BIOGRAFIEËN EN DE BIOGRAFEN

De Haagse Kunstkring is een Haagse vereniging. In het programma ligt het accent dan ook op biografieën over personen die iets met Den Haag hebben zoals de gebroeders De Witt, Couperus, Bordewijk, Mondriaan en de Joodse gezinnen van vóór 1943 aan de Scheveningse Harstenhoekweg.Hieronder volgt een beschrijving van de inhoud van de tien biografieën die aan de orde komen en informatie over de biografen.

 

Michiel van Kempen - Rusteloos en overal; Het leven van Albert Helman (2015)
Het fascinerende levensverhaal van de in Suriname geboren Lou Lichtveld beter bekend onder de naam Albert Helman (1903 - 1996)

Helman was een kosmopoliet. Voor zijn studie ging hij naar Nederland. Van toen af aan woonde hij afwisselend daar en in zijn geboorteland Suriname. Onderwijl had hij ook langere tijd zijn standplaats in Spanje, Zwitserland en Mexico en verbleef hij regelmatig weken of maanden in Washington, New York, Tobago en Italië. Als eerste belangrijke West-Indische schrijver speelde hij een belangrijke rol in het Nederlandse literaire leven. Hij ging om met schrijvers Slauerhoff, Ter Braak, Du Perron, Vestdijk, Roland Holst en Marsman. Zijn bekendste romans zijn Mijn aap schreit (1928) en De stille plantage (1931). De eerste gaat over een man die besluit zijn aap op een gruwelijke manier dood te maken omdat die, vindt hij, te veel aandacht krijgt van vrouwen. De stille plantage, een roman over kolonialisme en slavernij, is zijn grootste succes.

Helman heeft niet alleen een veel bekroond literair oeuvre voorgebracht. Hij was een heel actieve man en van heel veel markten thuis. Hij noemde zichzelf, en met recht, een renaissanceman. Op zijn eigen naam Lou Lichtveld, staat een serie veel geprezen muzikale composities waaronder de muziek bij de film Regen van Joris Ivens (1929). Hij nam ook prominent deel aan de Surinaamse politiek. In Suriname was hij minister van onderwijs en hoofd van de Rekenkamer. Jarenlang was hij daarna diplomaat voor de Nederlandse overheid. Bij dit alles schreef hij ook nog toneelstukken, recensies over muziek en literatuur, taalkundige essays en artikelen voor alle mogelijke kranten en bladen.

Michiel van Kempen is bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft romans, verhalenbundels, toneelstukken en essays en is de biograaf van Albert Helman (2016). Van Kempen publiceerde een groot aantal studies en bloemlezingen over Caraïbische literatuur, waaronder het standaardwerk Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (2003).

 

Albert Vigoleis Thelen - Het eiland van het tweede gezicht (1953; vertaling 2012)
Een autobiografische schelmenroman die zich afspeelt op Mallorca en waarin Thelen voortdurend speelt met de grens tussen fictie en werkelijkheid

De schrijver Albert Vigoleis Thelen (1903 – 1989) vertrok vanwege het opkomende nationaalsocialisme in 1930 uit Duitsland naar Amsterdam. Daar ontmoette hij Menno ter Braak, Marsman, Slauerhoff, Du Perron en Victor van Vriesland. Hij vertaalde veel werk van Nederlandse schrijvers in het Duits. Overigens bleef hij niet lang in Nederland. Na een verblijf van een paar maanden vertrok hij met zijn geliefde Beatrice naar Mallorca waar ze bleven tot het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog. Hij werkte er onder meer aan de Duitse vertaling van 'Het carnaval der burgers' van Menno ter Braak. Hij trouwde ondertussen met Beatrice in Barcelona. Uit die tijd stamt ook zijn levenslange vriendschap met Albert Helman, die toen ook in Spanje woonde.Als Thelen na de bevrijding weer naar Nederland komt, moedigt Geert van Oorschot hem aan zijn avonturen op Mallorca waarover hij zo aanstekelijk kon vertellen, op schrift te stellen.

Het is een uitbundige autobiografische roman geworden over de bizarre avonturen van het paar op Mallorca. Er gebeuren de meest doldwaze en ellendige dingen. Zo komen ze in een huis van een vierkante meter zonder dak te wonen tussen de hoeren, leiden ze toeristen rond om aan de kost te komen en wordt Vigoleis de assistent van Robert Graves, de beroemde schrijver van I Claudius.
Het eiland van het tweede gezicht was volgens Thomas Mann een van de indrukwekkendste boeken uit de twintigste eeuw. Het boek is in 2013 in het Nederlands uitgekomen in een alom geprezen vertaling van Wil Boesten die daarmee de roman uit de vergetelheid haalde.

Wil Boesten is schrijver en vertaler. Hij is lid Haagse Kunstkring. Hij publiceerde diverse romans, verhalen en essays waaronder de romans Spiltijd (2007), Tot de regen komt (2011) en Grond (2015). Boesten is vertaler van Duitse literatuur waaronder werk van Markus Werner, Joseph Roth, Franz Kafka en Rudolf Lorenzen. Van Albert Vigoleis Thelen vertaalde hij de autobiografische roman Die Insel des zweiten Gesichts - Het eiland van het tweede gezicht (2004). Hij werkt nu aan de vertaling van een andere roman van Thelen: Der schwarze Herr Bahssetup.

 

Hans Janssen - Piet Mondriaan: Een nieuwe kunst voor een ongekend leven. Een biografie (2016)
De eerste volledige biografie van een van Nederlands grootste schilders uit de 20e eeuw

Piet Mondriaan is een soms ontroerend boek over een kunstenaar die gek was van jazz en boogiewoogie, die open opvattingen had over liefde en huwelijk. Hij beleefde zijn bloeiperiode in Parijs, genoot bekendheid in New York en spendeerde geld en tijd in het gezelschap van de artistieke bohème, aan uitgaan en aan vrouwen.Toch had hij maar één echte passie: schilderen. De invalshoek van Janssen is het werk van deze buitengewone schilder. In de biografie kiest hij voor de benadering van een 'vie romancée'. De biograaf kruipt in het hoofd van de schilder en maakt de lezer zo deelgenoot van de gedachtegang en emoties van de schilder ook wanneer die bezig is met zijn experimenten.

In het boek vinden ook gesprekken en gebeurtenis plaats die wel echt plaats zouden hebben kunnen vinden, maar waarvoor geen bewijs bestaat. Onder meer verslaat hij uitgebreid hoe Mondriaan in Parijs de allereerste eerste voorstelling van Josephine Baker meemaakt, in 1925 In Parijs. Er is nergens bewijs van, niettemin kan de lezer meegenieten van de intense ervaring die deze avond voor Mondriaan zou zijn geweest. De biograaf heeft allerlei nieuwe feiten over de schilder boven water te krijgen, onder meer over Mondriaans sociale leven en zijn liefdesleven. Daarmee rekent hij af met de mythe dat de schilder als een kluizenaar zou hebben geleefd.

Hans Janssen is hoofdconservator moderne kunst Haags Gemeentemuseum, auteur; biograaf van Piet Mondriaan (2016). Hij publiceerde tal van werken en catalogi over moderne kunst en wordt wereldwijd beschouwd als een van de grootste kenners van het werk en leven van Mondriaan.

Rémon van Gemeren - Louis Couperus, een leven (2016)
Een nieuwe biografie over de Haagse schrijver Couperus (1863-1923) voor wie schoonheid het belangrijkste elixer in zijn bestaan was.

Couperus groeit op in Den Haag en verhuist rond z'n tiende naar Indië Daar blijft hij vijf jaar. In trouwt hij 1891 met zijn nicht Elisabeth Baud. Ze reizen veel en vestigen zich voor langere tijd in Frankrijk, Italië, maar ook in Japan en Nederlands-Indië. Alleen tijdens de Eerste Wereldoorlog moet het echtpaar min of meer gedwongen in Den Haag doorbrengen. De belangrijkste romans van Couperus spelen in Den Haag, zoals Eline Vere, zijn De boeken der kleine zielen (1901-1903) en Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan... (1906). In de boeken komt Den Haag uit de verf als een plaats van gepensioneerde ambtenaren uit Nederlands-Indië wier maatschappelijke rol zo goed als uitgespeeld is.

Over Couperus als persoon is weinig bekend. Zijn echtgenote en hij hebben veel vernietigd. Wat er aan kennis is over de schrijver is al verwerkt in voorgaande biografieën. De invalshoek die Van Gemeren heeft gekozen is die van het oeuvre van Couperus. Hij heeft zich niet beperkt tot het bekende werk, maar ook uitdrukkelijk diens minder bekende werken betrokken tot en met werk dat voor de hedendaagse lezer moeilijk verteerbaar is. De auteur heeft verder een grondige studie gemaakt van de tijd waarin Couperus leefde en van wat er over hem geschreven is door zijn tijdgenoten en hen die daarna kwamen. Zo is het een boek geworden dat vooral de ontwikkeling van de gedachtewereld en denkwijze van Couperus beschrijft. Schoonheid, illusie en fatalisme zijn daarin kernbegrippen.

Rémon van Gemeren is neerlandicus, auteur en docent Nederlands op het Johan de Witt Gymnasium in Dordrecht. Hij is redacteur van Arabesken. Hij publiceerde een essay over de poëzie van Jan Eijkelboom en bezorgde van Ina Boudier-Bakker Zo doods en stil en donker. Oorlogsdagboek 1940-1945 (2013). Hij wijdde tientallen publicaties aan Louis Couperus, culminerend in de biografie Couperus een leven (2016)


Wim Willems en Hanneke Verbeek - Hier woonden wij. Hoe een stad zijn Joodse verleden herontdekt (2016)
De beklemmende speurtocht naar de 'vergeten' levens van Joodse gezinnen, die tussen circa 1900 tot aan 1943 aan de Scheveningse Harstenhoekweg woonden.

In 2003 trof de eigenaar van het huis aan de Harstenhoekweg 111 in zijn kelder persoonlijke en zakelijke documenten aan van drie Joodse families die ze daar hadden verstopt. Dit was aanleiding voor de schrijvers zich te verdiepen in het wel en wee van het Joodse familieleven van weleer in deze straat. De badplaats Scheveningen onderging een opmerkelijke gedaanteverwisseling tijdens de Eerste Wereldoorlog. Binnen een jaar manifesteerde zich overal joods leven. In de huizen, in het straatbeeld, in winkels en op de boulevard. Ze kwamen uit België vanwege het besluit dat iedereen daar die, al was het maar op papier, tot een vijandige natie behoorde het land uit moest. Al gauw vormden Joden een eigen gemeenschap.

De Harstenhoekweg, een zijstraat van het Kurhausplein had kort ervoor een belangrijk aandeel in de ontwikkeling van de badplaats gekregen, toen daar de eerste villa's kwamen voor vakantiegangers en rijke bewoners. Rond 1935 woonden er meer dan 50 Joodse gezinnen die er badhotels, restaurants en andere bedrijven runden. Slechts een handvol heeft de Tweede Wereldoorlog overleefd. Voor hun boek raadpleegden de auteurs de archieven en memoires van voormalige bewoners. Ook zochten zij mensen op die de bewoners gekend hebben of die zelf aan de Harstenhoekweg hebben gewoond. De zoektocht voerde hen naar plaatsen in Nederland en België, maar ook naar Israël, Oekraïne, Polen en de Verenigde Staten. Het resultaat is een beeld van de opkomst en ondergang van een Joodse gemeenschap en een aantal indrukwekkende verhalen van individuele Joodse Scheveningers.

Wim Willems is hoogleraar Sociale Geschiedenis en directeur van het Centre for Modern Urban Studies aan de Faculteit Governance and Global Affairs van de Universiteit Leiden. Hij publiceerde boeken over immigranten en minderheden en in 2008 de biografie Tjalie Robinson. Biografie van een Indo-schrijver. Met Hanneke Verbeek schreef hij Hier woonden wij. Hoe een stad zijn Joodse verleden herontdekt (2015) onderscheiden met Die Haghe geschiedenisprijs. In 2016 publiceerde Willems Hagenezen die er mochten wezen, portretten van inwoners van Den Haag die bijdroegen aan het unieke karakter van de stad.

Pim Reinders - Steeds voor alle arbeiders aanspreekbaar' Sam van den Bergh (1864-1941), grootindustrieel (2016)
Het levensverhaal van Sam van den Bergh, een van de aartsvaders van het moderne Nederlandse bedrijfsleven.

Sam van den Bergh is geboren in het Brabantse Oss. Hij was de jongste zoon van de Joodse boterhandelaar Simon van den Bergh die in het midden van de negentiende eeuw het risico nam flink te investeren in een nieuw product, margarine, dat in Groot-Brittannië veel aftrek vond. Vier van zijn zonen zouden meedraaien in het bedrijf. De jongste, Sam, zou het tot grote bloei brengen. Hij werd een vooraanstaand margarinefabrikant in Rotterdam. Van den Bergh was een veelzijdig man, een liberaal in hart en nieren. In het bedrijf was hij de patriarchale leider die aanspreekbaar was voor zijn arbeiders, maar niets moest hebben van klassenstrijd en vakbonden. Kapitaal en arbeid hoorden samen te werken, vond hij. In 1905 trad hij met de gedoogsteun van de socialisten toe tot de Tweede Kamer.

Met voormalig concurrent Anton Jurgens' Margarinefabrieken, ook uit Oss, ging zijn bedrijf in 1927 op in de Margarine-Unie. In 1929 fuseerde die met de Lever Brothers tot Unilever. Van den Bergh zelf was toen overigens al een jaar met pensioen, wat niet wil zeggen dat hij stil zat. Hij bleef politiek actief in de Eerste Kamer, nam via tal van bestuursfuncties deel aan het culturele en maatschappelijke leven. De opkomst van het nationaalsocialisme baarde hem grote zorgen. NSB-kamerlid Rost van Tonningen viel hem persoonlijk aan met zijn boutade tegen het "Jodenkapitaal" dat met zijn margarine de "kleine boterboertjes" kapot geconcurreerd had. Sam werd een actief bestuurslid van het Comité voor Bijzondere Joodsche Belangen van Abraham Asscher en David Cohen en zette zich vanaf 1933 in voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Vanaf de dertiger jaren verbleef hij steeds vaker in het buitenland. Hij overleed in 1941 in zijn villa in Nice.

Pim Reinders is historicus en auteur. Hij is lid van de Haagse Kunstkring. Jarenlang was hij coördinator van de stichting het ReclameArsenaal, erfgoedinstelling voor het behoud en beheer van Nederlandse reclame, en voordien werkzaam in musea en de journalistiek. Hij schreef eerder boeken over voedselgeschiedenis en reclame- en affichekunst waaronder Koffie in Nederland, vier eeuwen cultuurgeschiedenis; Een coupe speciaal, de wereldgeschiedenis van het consumptie-ijs; Schip & Affiche, 100 jaar Nederlandse rederijreclame.


Henk Nellen - Hugo de Groot, een leven in strijd om de vrede, 1583-1645 (2007)

Het levensverhaal van Nederlands bekendste rechtsgeleerde Hugo de Groot, dat in het teken stond van strijd om vrede

Hugo de Groot schreef belangrijke werken over het recht, de vaderlandse geschiedenis en de kerkelijke eenheid. Op zijn 25ste publiceerde hij een briljante verhandeling over het principe van de Mare liberum en legde daarmee de grondslag voor het internationaal zeerecht. Behalve dat was De Groot of Grotius een gerenommeerd dichter en een hartstochtelijk brievenschrijver. Biograaf Henk Nellen verzorgde negen delen van de briefwisseling die vooral in het Neolatijn is geschreven. De brieven zijn de ook de belangrijkste bron voor deze biografie over een leven dat in het teken stond van strijd om vrede op politiek en kerkelijk gebied.

De Groot was met zijn enorme IQ ooit een wonderkind dat door iedereen werd bewonderd. Als volwassene kon hij zijn omgeving mateloos ergeren door zijn arrogantie. Onuitstaanbaar als hij was, zijn streven was integer. Toen het land werd verscheurd door godsdiensttwisten stelde hij zich ferm op het standpunt dat de mens een vrije keuze heeft om al dan niet goed te doen. Met Johan van Oldenbarnevelt was hij een voorstander van religieuze tolerantie door de staat. In het religieuze conflict koos stadhouder Maurits voor de andere kant, die van de remonstranten. Zijn leven bereikte een dieptepunt toen Maurits zijn belangrijkste opponenten waaronder De Groot en Van Barneveld liet opsluiten in Loevestein. Die arrestatie en de daaropvolgende onthoofding van Van Barneveld luidden het einde in van zijn publieke leven in Nederland. Daarna woonde hij vooral in het buitenland waar hij zijn meesterwerk De iure belli ac pacis schreef dat eeuwenlang de richtlijn was voor het recht van staten of vorsten om oorlog te voeren.

Henk Nellen was tot 2014 hoogleraar 'Ideeëngeschiedenis van de vroegmoderne tijd in haar sociale context' aan de Erasmus Universiteit.

 

Luc Panhuysen - De ware vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt (2012)
Een dubbelportret van de staatsgezinde politici en felle tegenstanders van stadhouder Willem III, de gebroeders de Witt, die in 1672 in Den Haag werden vermoord door Oranje-aanhangers

Blz. 43, citaat: "De broers waren jongemannen geworden, magere gestalten met donker, sluik haar tot op de schouders. Wat opviel aan hun lange gezichten was hun neus, vooral die van Johan vertoonde gelijkenis met de snavel van een roofvogel. Boven deze neuzen keken twee paar ogen – die van Cornelis lichtbruin, die van Johan donkerbruin – scherp de wereld in."

Op basis van deels nog nooit gebruikt bronnenmateriaal schrijft Panhuysen het aangrijpende verhaal van twee bevlogen staatslieden uit het hoogtepunt van de Gouden Eeuw.
Op 20 augustus 1672 werden Johan en Cornelis de Witt in Den Haag vermoord en verminkt door een uitzinnige menigte Oranje-aanhangers. Het was het rampjaar waarin de Republiek voor de derde keer in twintig jaar in oorlog kwam met Engeland, en werd aangevallen door Frankrijk en de bisschoppen van Keulen en Münster. De moord betekende de overwinning van prins Willem III en daarmee het einde van het 'eerste stadhouderloze tijdperk'. Voor de gebroeders De Witt en hun aanhangers was dat tijdperk er een van 'de ware vrijheid'. Johan en Cornelis werden de belichaming van een land dat werd bestuurd door burgers en dat zich volledig toelegde op het voeren van handel en het vergaren van welvaart niet gehinderd door de luimen van de Oranjeprinsen. Johan stond in die tijd aan het roer van de Republiek. Zijn broer Cornelis zette met de spectaculaire overwinning op de Engelsen een van de meest gedurfde operaties uit de vaderlandse geschiedenis op zijn naam: de Tocht naar Chatham met Michiel de Ruyter.

Luc Panhuysen is historicus. Hij was onder andere werkzaam als journalist bij Het Parool en De Groene Amsterdammer. Sinds 1991 publiceerde hij een aantal biografieën over historische figuren uit de 17e eeuw en later o.a. over Jean-Jacques Rousseau, Lord Byron, Jantje van Leiden, Robert Jacob Gordon en in 2005 De Ware Vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt. Vorig jaar verscheen zijn boek Oranje tegen de Zonnekoning. De strijd van Willem III en Lodewijk XIV om Europa. Zijn boek Het rampjaar 1672 is een moderne klassieker.


Elly Kamp - Ferdinand en Johanna. Dubbelbiografie van schrijver F. Bordewijk en componiste J. Bordewijk-Roepman (2016)
De levens van de welhaast meest Haagse schrijver in onze literatuur en zijn vrouw, de componiste. Tegelijk ook een portret van een geslaagd huwelijk van twee succesvolle kunstenaars met zeer uiteenlopende karakters.

Wie Bordewijk leest, heeft niet direct de associatie met een gelukkig getrouwd man. Ferdinand (1884-1965) en Johanna (1892-1971) zijn in karakter en sociaal opzicht elkaars tegenpolen. De stugge schrijver en advocaat stond erom bekend dat hij weinig van zichzelf liet zien. Hij schermde zijn privéleven af tot in het extreme. Over zijn schrijverschap sprak hij als over een derde persoon die men maar via zijn boeken moest leren kennen. Zijn vrouw Johanna was juist het tegenover gestelde: een charmante, sociabele en opgewekte vrouw.

In cultureel opzicht waren ze elkaars zielsverwanten. Bordewijk is de schrijver die naam maakte met zijn hoekige Knorrende beesten (1933), Blokken (1931) en Bint (1934) en zijn grote doorbraak kreeg met Karakter (1938), waarin een kille autoritaire vader zijn zoon groot wil maken door hem zoveel mogelijk in de weg te leggen. Johanna is de componiste die, hoewel volledig autodidact, haar werk tot in New York toe heeft horen uitvoeren. Ze steunden elkaar in hun werk op alle manieren. Zij las al zijn manuscripten. Hij speelde goed piano en viool en haalde foutjes uit haar partituren. Bordewijk (ver)stopte kleine boodschappen voor Johanna in zijn boeken. En al zijn vrouwelijke personages kregen voornamen die eindigden op een a, als eerbetoon aan Johanna.

Elly Kamp is neerlandica. Ze werkte bij het Huygens ING, een instituut van de KNAW. Ze was redacteur van het Biografie Bulletin en interviewde in die hoedanigheid verschillende Nederlandse biografen. Eerder publiceerde ze over Willem Frederik Hermans en over het echtpaar Bordewijk. In 2016 verscheen Ferdinand en Johanna. Dubbelbiografie van schrijver F. Bordewijk en componiste J. Bordewijk-Roepman, twee kunstenaars die belangrijk waren voor elkaar - en voor elkaars werk.

 

Jan Bervoets - Alexander Ver Huell (1822 - 1897); Een levensbeschrijving (1992)
Een geschiedenis van het leven van de 19e -eeuwse aristocraat, tekenaar en schrijver Alexander Ver Huell vooral bekend door zijn humoristische tekeningen van het Leidse studentenleven.

"O Veralby" was zijn schuilnaam als Leids student. En inderdaad hij hoorde overal bij. Hij had vrienden, hij tekende in de almanak en maakte de illustraties bij 'Studententypen' van de schrijver Klikspaan, pseudoniem van jan Kneppelhout. Schrijven deed hij ook. Merkwaardige verhalen die allengs vreemder werden. Huells leven verliep niet goed. Hij werd allengs een melancholische kluizenaar. De beste prenten maakte hij in zijn studententijd die overigens wel negen jaar duurde. Ze verschenen in afleveringen, als een soort tijdschrift. De series droegen titels als 'Op het ijs, winterschetsen uit de portefeuille van Alexander V.H.', 'De Visch en de Mensch, hengelschetsen uit de portefeuille van Alexander V.H. en zo meer. Schrijven deed hij in die tijd ook veel. Biograaf Bervoets wist bij zijn onderzoekingen een curieus verhaal uit de studentenalmanak boven water te halen. Namelijk griezelverhaal 'No. 470. Een bleke jongeling steelt het hoofd van een gehangene. Hij spreekt er af en toe mee om zo meer te weten te komen over het leven na de dood.

De humor van Ver Huell die dan weer cynische dan weer lugubere trekken vertoonde hield helaas geen stand. Hij ging allegorieën en prenten maken met een sociale strekking. In de loop van de tijd werd zijn werk steeds moralistischer. Kunst, zo meende hij, moest gericht zijn op de ontwikkeling, veredeling en vervolmaking van de menselijke geest.Uit de biografie komt Ver Huell naar voren als een lastig mens, met een 'malle kwaaddenkendheid', zoals iemand ooit opmerkte. Met zijn uitgevers kreeg hij steevast ruzie over geld. Op den duur wordt hij zwaar paranoïde. In 1963 vlucht hij zelfs drie dagen voor zijn huwelijk naar Parijs naar zijn zeggen omdat hij heeft ontdekt dat zijn verloofde een zinnelijk wezen is.

Jan Bervoets, neerlandicus, dichter, lid van de Haagse Kunstkring, was lange tijd werkzaam als archivaris bij het Nationaal Archief. Hij promoveerde in 1992 met het boek Alexander Ver Huell (1822- 1897) Een levensbeschrijving. Hij bezorgde in respectievelijk 1985 en 1997ook dagboeken en briefwisselingen van Ver Huell. Hij publiceerde sinds 1977 tal van dichtbundels met veelal surrealistische poëzie.