20
mei t/m 6 juni 2006
Overzichtstentoonstelling Theo Boons
Zaterdag 20 mei wordt om 17.00 uur in de Haagse Kunstkring een tentoonstelling met werk van Theo Boons geopend. Aanleiding voor deze overzichtstentoonstelling van zijn grafiek en schilderijen is zijn tachtigste verjaardag op 27 mei a.s.. Bij de Haagse Kunstkring, de vereniging waarvan hij ruim vijftig jaar lid is, vindt hij de intimiteit van ruime zalen voor deze bijzondere gelegenheid. Tijdens de opening van de tentoonstelling wordt aan Theo Boons de HKK-waarderingsprijs voor beeldende kunst en vormgeving 2006 uitgereikt.
Als
geboren en getogen Brabander verhuist Theo Boons met zijn bruid-vrouw in 1954
vanuit Roosendaal naar Den Haag. Hij volgt daar de opleiding aan de Koninklijke
Academie van Beeldende Kunsten en de Vrije Academie. Hij wordt lid van de Haagse
Kunstkring en Pulchri Studio in Den Haag, waar hij in 1994 genomineerd werd voor
de Van Ommeren-de Voogtprijs. Als lid van ArtiShock in Rijswijk won hij in 1996
de eerste prijs genoemd naar die vereniging. Hij exposeerde o.a. in Den Haag,
Delft, Amsterdam, Roosendaal, Brussel en Leiden. Hij woont nu dertig jaar in Delft,
waar een ruime woning met atelier hem de gelegenheid biedt om te schilderen.
Terugblikkend
van nu tot aan zijn prille jeugd beschouwt de schilder zijn werk en is verwonderd.
Verwonderd over hoe en zoveel
!
Zij jeugd bracht hij door onder de hoede
van toegewijde ouders vol liefde en zorg. Tevens werd hem bijgebracht wat in die
tijd gebruikelijk was in gezin en samenleving: volgzaam zijn volgens autoritair
gestelde richtlijnen binnen een streng orthodox gekleurde godsdienst. Deze laat
haar sporen extreem duidelijk na - ontstaan uit rebellie en frustratie.
Al
jong raakt hij vertrouwd met ziekte en dood binnen het gezin, waarbij de oorlogsjaren
een beladen dimensie toevoegden. Dit bracht hem in zijn jeugd het gevoel van saamhorigheid
en verantwoordelijkheidsbesef, waarden die tot op heden essentieel bleken. Theo
citerend "Door betrokkenheid blijft men actueel".
In Joël, zoals
hij zijn vrouw voor een bijzondere gelegenheid noemt - levensgezellin gedurende
ruim vijftig jaren - vond hij een oase van rust, vertrouwen en geloof in zijn
eenzaam beroep dat schilder heet.
In de loop van de tijd keerde hij het orthodox-godsdienstige
de rug toe en ruilde hij het sombere palet, dat we zien in zijn portretten en
landschappen, in voor heftiger kleuren. Expressionistische en impressionistische
invloeden doen zich gelden. We zien dit terug in naakten, clowns en bloemstukken.
Gestaag ontwikkelt zich in Theo's werk het vermogen tot relativeren, mede versterkt
door ziekte (1998) en een door genen bepaald gevoel voor humor en erotiek. Deze
kenmerken, gepaard gaand aan ingetogenheid, gaan ludiek hand in hand en geven
een lichtvoetig effect. Typische motieven in zijn latere werk zijn de stoel, de
tafel, de hoed, de sleutel, de pijp, de hand, het glas, de fles, de fallus, de
kus, de ballon, de tong, de trompet, de nimf en het masker. Bij herhaling doen
zij zich voor als metaforen die zijn werk ondersteunen. Daarbij is de grote verscheidenheid
in het aanwenden van materialen niet te onderschatten. Zijn ongebreidelde fantasie
leidt tot het gebruik van crêpepapier, vloeipapier, goud- en zilverpapier,
dun karton, folie, katoen, jute, bladgoud, grof en fijn zand, gips, houtlamp,
collal, latex, modeling-paste, acrylverf, cellofaan, aluminiumfolie, blik en koper.
Dit zien we terug in o.a. de miniaturen.
De laatste periode van zijn werk omschrijft
Theo als poëtisch realisme. De 'toren van Babel' wil hij in dit verband met
trots als een van zijn uitbundige werken vermelden. Ervaren en gelouterd door
de tijd overziet Theo als regisseur zijn oeuvre, zich ervan bewust betrokken te
zijn bij de samenleving die hem omringt en die hij - contemplatief - koestert
in mededogen.
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | |