14 maart t/m 31 maart
Van 14 t/m 31 maart exposeren in de galerie Tamara Traxel en Jan Hoog, in de Hoge Zaal Peggy van den Oudenaller en in de Albert Vogelzaal Marijke Verschoor.

Tamara Traxel (1966) exposeert haar werken op papier onder de titel Dreaming wide awake (klaarwakker dromen). Zij onderzoekt in haar werk de ontmoeting van verschillen en tegenstellingen door gebruik te maken van digitale beeldbewerking, tekenen en schilderen. Haar werk is sterk beïnvloed door haar culturele achtergrond, namelijk de vermenging van Nederlands en Surinaams bloed.
De tentoonstelling Dreaming wide awake is een momentopname van waar zij nu staat in haar onderzoek met gemengde technieken. Elke techniek behoudt zijn eigen kracht en krijgt een plaats binnen het geheel met de bedoeling tegenstellingen op te lossen. Geschilderde en getekende voorstellingen geplaatst in een ander perspectief krijgen nieuwe zeggingskracht. De grenzen vervagen tussen werkelijkheid en droom, zoals in een droomwereld. Een onrealistische wereld waar alles mogelijk is, waar herkenbare vormen steeds een andere duiding krijgen.
De titel van de tentoonstelling verwijst niet alleen naar het uiteindelijke werk, het is ook de wijze waarop Tamara werkt. Haar werk ontstaat door bewust in het moment te zijn met ongedeelde aandacht. Vanuit deze 'leegte' ontstaan de beelden. De inspiratie in haar werk ontleent zij aan de natuur, natuurlijke structuren en organische patronen.
De werken van Tamara nodigen de kijker uit om even stil te staan, zich te laten meevoeren en het rumoer van de wereld om ons heen en in ons tot rust te laten komen, om te zijn.

Jan Hoog (1923) is autodidact. Hij zou oorspronkelijk violist worden, maar dit werd doorkruist doordat hij in de oorlog in een Duits opvoedingskamp terechtkwam. Hij leerde daar wat medemenselijkheid en respect voor anderen is, en dat je niet iedereen over dezelfde kam moet scheren. Deze ervaring heeft hem rijker gemaakt. en hij gebruikte die in zijn beelden. Jan Hoog is er nooit erg op uit geweest om te exposeren. Hij maakte beelden omdat hij er plezier aan beleefde. "Je kunt het zien als een heilig moeten", zegt hij zelf. Zijn kijk op mensen is terug te zien in de beelden die hij in opdracht maakte, veelal voor de gemeente Den Haag. Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, de gemeentelijke Sociale Dienst, de openbare bibliotheek, het politiebureau, scholen, bejaardencentra, wijk- en dienstencentra, kerken en ook in gemeentelijke plantsoenen. "Het was een moeilijk maar rijk leven", zegt de 85-jarige exposant tot besluit. In deze tentoonstelling zijn beelden van zijn hand te zien.

In de Hoge zaal exposeert Peggy van den Oudenaller (1958) haar installatie Chambre mirifique buiten-gewoon. Uitgangspunt voor deze installatie is haar verwondering over de hedendaagse tuincultuur. De toch al gecultiveerde natuur maakt plaats voor designkeukens, fotoprints en trendy meubelen. Peggy laat zich inspireren om van al die illusies een andere vergelijkbare illusie te maken. Door deze omkering is een schijnbare werkelijkheid ontstaan. Met organische materialen lijkt het onmogelijke mogelijk te worden. De objecten verleiden je na te denken over functie en inhoud. Door het vreemde gebruik van de materialen verliezen ze hun natuurlijke verschijning. Hierdoor doorbreekt zij voor een moment een vooropgestelde manier van kijken. Met deze installatie probeert Peggy de positie van de mens in een door hemzelf geschapen werkelijkheid te onderzoeken en het verlangen naar de natuur uit te vergroten.

Marijke Verschoor (1953) exposeert in de Albert Vogelzaal olieverfschilderijen, gouaches en houtsneden. Zelf zegt Marijke over haar werk het volgende. "Wat ik al schilderend zoek is een helder moment. Dat zie ik voor me in het beeld dat ik maken wil. Het kan van alles zijn, zwaar en gecompliceerd of juist vederlicht en vrolijk, een rennend kind of een ruimte vol duistere gedachten. Mijn werk is dan ook allebei, zware verfkorsten en lichte papiertjes.
Als ik ga schilderen sta ik als het ware in een troebel aquarium waarin het water langzaam helder wordt. Dat kan ik alleen schilderend zo ervaren. Met die materie is dan alles mogelijk en je verlangt ernaar dat heldere moment te zien verschijnen. Ik zoek het in een beweging met mijn hele arm op zo'n groot schilderij of in een afdruk van een houtsnede op papier. Maar het blijft blijkbaar zo dat het werkproces meestal lang duurt. Een licht moment is er soms pas na twee jaar verf opbrengen en afschrapen en een houtsnede bewerk ik na het drukken nog vaak opnieuw. Die lange omwegen, dat gezwoeg, die verflagen, horen dus bij mij, op zoek naar dat ene heldere moment."

   
Jan Hoog      
 
Marijke Verschoor      
     
Tamara Traxel      
    
Peggy van den Oudenaller