11
t/m 28 oktober 2008
Marshmallows
Van
11 t/m 28 oktober exposeren in de Haagse Kunstkring 5 kunstenaars onder de titel
Marshmallows. De exposanten zijn Jack Prins, Eva de Visser, Petra Knötschke,
Bunny Soeters en Stance Oonk.
![]() | ![]() | ![]() |
| ||
| Jack Prins | Eva de Visser | Petra Knötschke | Stance Oonk |
Jack
Prins vindt zijn beelden bij wijze van spreken langs de kant van de weg, in
een soort niemandsland. Bij voorbeeld waar mensen een afrastering hebben gemaakt
in de vorm van hekjes, paaltjes, gespannen draad of gaas, ontstaat onder invloed
van tijd, mens en dier een wat chaotische verzameling waar zijn oog op valt.
Ook
leiden zijn speurtochten langs bouwplaatsen, slootkanten, volkstuinen, scheepswerven
of gewoon langs de kant van de weg. Hij ziet daar sporen, structuren, patronen
of onverwachte combinaties van materialen, vormen, ritmes en contrasten en legt
die vast in foto's, krantenknipsels en tekeningen. Veel visuele indrukken doet
hij op tijdens reizen in en buiten Europa.
Het lijkt haast alsof Prins een
extra zintuig heeft ontwikkeld, een gedeelte in de hersenen dat geprikkeld wordt
op het moment dat zich die bewuste vorm in zijn omgeving voordoet.
In veel
van zijn werk vind je deze 'tekens' terug. De lijn overheerst, de ene keer dun
en fragiel als gebogen ijzerdraad, de andere keer zwaar en diep als een karrenspoor.
Hij speelt met lijnen en vormen, en de lijnen en vormen met elkaar. Hij is geïnteresseerd
in ruimte, in beide disciplines: grafiek en sculptuur.
Iedere nieuwe prent
die hij drukt gaat over ruimte, maar heeft wel degelijk zijn eigen abstracte kwaliteit.
De sculpturen zijn open gevaarten, tekeningen in de driedimensionale ruimte, waarbij
losse elementen iets groters oproepen en met elkaar verbonden lijken.
Beweging,
balanceren, zweven, afstoting en speelse aantrekking.
Bunny Soeters gebruikt foto's uit de krant als uitgangspunt voor haar portretten. De kop hoeft niet te lijken. Hij is meer een houvast bij het onderzoeken van de mogelijkheden van de verf. In het materiaal, in dit geval aquarelverf, vindt zij haar uitdaging.
Schuilen
tegen de tijd
De meest recente schilderijen van Eva de Visser laten
zich omschrijven als visuele echo's uit de geschiedenis van de beeldende kunst.
De poses van de figuren zijn veelal geïnspireerd door fresco's en mozaïeken
uit de Romeinse tijd. Vaak maakt Eva de Visser gebruik van bladgoud, een toepassing
die kenmerkend is voor de (late) Middeleeuwen.
De combinatie van beide bronnen
blijkt goed gekozen voor schilderijen in een tijd waarin zich problemen voordoen
rond begrippen als stilte en het vermogen ergens bij stil te kunnen staan. Door
het toepassen van bladgoud -soms van een andere effen achtergrond- verwijdert
de schilderes de afgebeelde figuren uit hun normale omgeving. De kijker wordt
zo beter in staat gesteld zich te concentreren op de verschijning van de figuren
zelf. En de kijker wordt ogenblikkelijk beloond: de verstilling heeft gratie,
vaak ook een toets van lichtvoetigheid. Het werk bevriest de tijd op een moment,
waarop het in het leven even aan niets ontbreekt. Dit stilgezette hier en nu is
een kostbare splinter eeuwigheid. Een medicijn tegen de tijd.
Stance
Oonk tekent en schildert op dit moment dieren: paarden, beren, zwanen, uilen
en andere vogels. "Dieren hebben eigen karakters en eigenschappen waar ik
als mens veel van kan leren. Via `t schilderen bestudeer ik deze kwaliteiten en
integreer ik ze in mijn systeem. Een schilderij is pas geslaagd als het dier voor
mij tot leven komt, als het een wezen heeft. In mijn tekeningen gaat het om de
relatie tussen mens en dier. Ze spelen met elkaar en zijn aan elkaar gewaagd",
aldus de kunstenares.
Tijdens deze tentoonstelling zijn haar tekeningen ook
te zien in Hollands Maandblad, tijdschrift over literatuur.
Petra
Knötschke zegt over haar werk: "Mijn beelden, vaak 'bouwsels' of
'woekeringen', zijn samengesteld uit hout, touw, glas en rubber. Ze ontlopen het
liefst de sokkel of het podium. Ze toeven binnen en buiten, hangen aan de muur,
groeien uit de grond of klimmen tegen een wand. Als eigenzinnige schepsels lijken
ze hun eigen plekje te zoeken in hun omgeving. Net als kleine plantjes schieten
ze tevoorschijn, kwetsbaar, maar toch standvastig. Waar er eentje opduikt volgen
er na een tijdje meer. Mijn beeld of de installatie is nooit klaar, het is rusteloos.
Sommige
bouwsels refereren aan huisjes. Oerhuisjes. Geef een mens drie planken en hij
maakt twee muren en een dak. Zo ook mijn beelden. Ze schikken zich naar hun omgeving,
veroveren een plekje. Ze hangen aan elkaar met touwtjes en latjes en vaak bewegen
ze. Het ontroert of schrikt af, het toont het geploeter, gewrik en gepruts van
de mens. Het zwoegen, schuren, schurken, oplappen en schaven. Het blijven proberen
en het eeuwig falen.
Bij de Haagse Kunstkring zal ik een installatie maken
met mijn bouwsels in beweging. Aan de wand komen een aantal wandobjecten."