26 mei t/m 12 juni
Prints. Grafische kunst


In deze expositie draait het vooral om de minder voor de hand liggende aspecten van de grafische kunst. We moeten dan denken aan bv. 'bedrukte' keramische objecten, installaties en fotografie. Ook de meer traditionele grafische vormen als etsen, litho's e.d. zullen te zien zijn. De exposanten zijn Thomas Ankum, Margje Bijl, Fons Fortman, Eric Jan van der Geer, Joke van Katwijk, gerlach en koop, Ronald Koop, Evelyn Snoek, Eugène van Veldhoven.

Eric Jan van de Geer
In deze expositie toont Eric Jan van de Geer werken die op het eerste gezicht foto's lijken. Ze stemmen enigszins melancholisch, de foto's van alledaagse ruimtes en objecten waar we ons dagelijks mee omringd weten, maar waar niemand oog voor heeft. In tweede instantie zien we foto's met een huid van inkt, fotokopieën, prints met lagen zeefdruk. Van de Geer scant zijn foto's en bouwt ze met de computer en kopieermachines weer op. Door dit proces verliest de afbeelding aan driedimensionaliteit en illusionaire werking. Het perspectief is in de zeefdrukken vaak onduidelijk en de beschouwer weet niet vanuit welk standpunt hij naar de ruimte en objecten kijkt.
Daarnaast is de materiële kwaliteit van de drukinkt erg belangrijk: de aanwezigheid daarvan op het papier maakt het afgebeelde bijna tastbaar.

Fons Fortman
De vier grote Nederlandse steden, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, staan vaak centraal in de tekeningen en litho's van Fons Fortman. Soms zijn ze voor een deel nog herkenbaar in het werk door bijvoorbeeld specifieke vormen van gebouwen die voor een bepaalde stad kenmerkend zijn.
Hij is een stadsmens: hij is er geboren en woont, werkt en leeft er. In de voorstellingen is hij altijd op zoek naar beweging, ritme, ordening, ruimte, dynamiek, richting en perspectief in de stad. De stad wordt in birds-eye perspectief afgebeeld, waardoor de essentie en kern van een grote stad goed wordt weergeven. De Grote Stad komt nooit af. De Stad innoveert en ontwikkelt zich constant verder. De Stad als complexiteit en universeel begrip, zo geeft hij de westerse Grote Stad weer, als Megabolwerk, als Metropool.

Eugène van Veldhoven
Hij richt zich volledig op het ontwerpen van textiel, voornamelijk voor interieurs. Zijn specialisme is converting: het geven van een toegevoegde waarde aan bestaande stoffen. Daartoe ontwikkelt hij voor textielproducenten uit heel Europa ongebruikelijke veredelingen, coatings en druktechnieken. Centraal staat het samenspel tussen het basisdoek en de bewerking ervan. Enkele technieken die hij gebruikt zijn siliconencoatings, het opdampen van aluminium, lasersnijden, sublimatiedruk en reflecterende druk. Hoewel textiel de kern van zijn werkzaamheden is, toont hij in de Haagse Kunstkring naast enkele textielstalen eveneens gedessineerde stuks serviesgoed, die naar zijn idee en ontwerp door MOSA in Maastricht als prototypen zijn uitgevoerd.

gerlach en koop
Gerlach en Koop hebben een voorliefde voor ondergewaardeerde verschijnselen als halfslachtigheid, lusteloosheid, dralen, twijfel en uitstel. Voor de tentoonstelling Mede, mogelijk gemaakt door de grafische werkplaats maakten zij een zeefdruk die tevens blinddruk is en trokken zij foto's na onder de - vanzelfsprekend - voorlopige titel: en opgetilde plint.

Margje Bijl
Van haar hand is de installatie Doorligging te zien: een opengesneden en omgekeerde matras in een vitrine. De matras liet nachtenlang het gebruik van haar beslapers op zich inwerken, opdat zij hen toevertrouwde haar te belichamen.

Evelyn Snoek
Zij laat in haar etsen de natuur 'een afdruk maken' door steeds weer andere 'toevalligheden' een rol te laten spelen. Deze toevalligheden ondervangt zij door in een bepaald stramien te werken. Vervolgens verandert zij de structuur al naargelang haar intuïtie haar ingeeft.
Haar werk toont veel structuur als begrenzing voor veranderingsprocessen en grilligheid. Zij is geïnteresseerd in het experiment binnen de begrenzing van het materiaal in combinatie met de kracht van de beperking.

Thomas Ankum
De vormen en motieven die Thomas Ankum gebruikt zijn ontleend aan zijn directe omgeving en worden tot hun essentie herleid om als zelfstandige elementen in het werk terug te keren. Ze boeien hem naast de symbolische en innerlijke lading in eerste instantie vanwege hun abstracte kwaliteiten. Een eenmaal gevonden vorm werkt hij vaak uit in een serie om deze vanuit bepaalde kanten te belichten of keert in later werk, als een soort Leitmotiv, naast nieuwe vormen, bijna onopgemerkt terug. Systematisch onderzoekt hij alle mogelijkheden van het gegeven. Hij stileert en abstraheert ze, laat ze ritmisch herhalen en vestigt de aandacht op de restvorm. Ankum heeft de neiging om de geometrische eenvoud van de vormen te benadrukken.